Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slag bij Alcassar. Sebastiaan sneuvelt.

zich overreden, om zich voorloopig met een kleinen slrooplocht naar Afrika tevreden te stellen. Na afloop hiervan bereidde hij opnieuw eene groolere onderneming voor. Tevergeefs smeekten zijn oom, de kardinaal Hendrik, en zijne grootmoeder Catharina hem, zijn voor zijn rijk zoo kostbaar leven niet zonder noodzakelijkheid in gevaar te stellen. Zelfs Philips II van Spanje ried hem een oorlog tegen de Mooren in Afrika, waardoor hij de Turken beleedigen en zich te vijand maken zou, ernstig af. Doch Sebastiaan luisterde niet naar raad, zelfs al kwam die van zijne beste vrienden. Hij was immers koning, hij mocht immers zijne koninklijke macht naar eigen goeddunken gebruiken. Slechts naar één raad luisterde hij. naar dien van zijn Jezuïetischen biechtvader.

Tevergeefs ook smeekten de grooten des rijks hem, dal hij den vurigen wensch des volks vervullen en in het huwelijk treden zou; bij weigerde dit bepaald. Gedreven dooreen bekrompen geloofsijver, had hij de gelofte afgelegd, zijn leven lang kuisch te blijven en besloten, die gelofte te vervullen.

Jaren achtereen vergunden de omstandigheden hem niet, gehoor te geven aan zijn dringenden wensch, om den strijd tegen de ongeloovigen te hervallen. Eindelijk toch vond hij eene. naar zijne meening, gunstige gelegenheid.

De wettige sultan van Fez en Marocco, Mulei Mohammed, was dooreen zijner bloedverwanten. Mulei Moluch, van den troon verdrongen; hij wendde zich 0111 hulp tol den koning van Portugal: Sebastiaan beloofde die, hoewel zijne raadslieden hem ook thans dringend smeekten, zich met zulk eene onderneming niet in te laten, hoewel ook Philips II van Spanje hem ried, althans te wachlen totdat hij zelf in slaat zou zijn hem krachtig ie ondersteunen.

Sebastiaan bleef doof voor alle waarschuwingen. Hij rustte een leger uit en bij deze gelegenheid bleek het voor het eerst, hoe zwak reeds nu het schijnbaar zoo machtige Portugal was.

Sebastiaan had een geruimen tijd noodig om 9000 ongeoefende en onervaren lieden, die door onbekwame bevelhebbers aangevoerd werden, bijeen te brengen. Hij had gebrek aan ruiterij, daarom wilde hij des te meer voetvolk aanwerven. Enkele afzonderlijke ruiters konden hem weinig balen; bij beval derhalve, dat de edelen niet Ie paard mochten verschijnen. Nu verschenen zij in praciiligen dos, in zijde met goud doorstikt; de schepen, waarop zij naar Afrika wilden oversteken, belaadden zij met fijne spijzen, met zilveren vaatwerk, met een ontelbaar aantal lenlen van zijde en met gewerkte tapijten. Elk edelman verzorgde zich als een koning, doch voor de gemeene soldaten werd niets gedaan; die mochten hunnentwege van honger sterven. Bovendien heerschte in hel langzaam samengebrachte leger overal eene onbegrensde verwarring.

Eindelijk, den 25''" Juni 1578, was de inscheping van de troepen volbracht; de viool verliet de haven van Lissabon, zij telde 50 oorlogsschepen, 5 galeien en een groot aantal transportschepen, te zamen ongeveer 1000 zeilen. Het leger bestond uil 9000 Porlugeezen, ongeveer 1000 Kaslilianen, 3000 aangeworven Duilschers en 700 Italianen; daarbij kwamen nog ongeveer vijftienhonderd vrijwilligers, waaronder 1000 ruiters.

Hel was op een gloeiend heeten dag, den 4"n Augustus lo7». dat in de vlakte van Alcassar het leger van Sebastiaan met dal van Mulei Moluch slaags raakte. Thans zag Sebastiaan zijne onvoorzichtigheid in; want hij slond voor een vier maal slerker leger, dat het zijne weldra in den vorm van eene halve maan omringde.

De slag ving aan; het kleine Christenheer bezweek voor de overmacht; het werd geheel verslagen en bijna vernietigd. Ternauwernood gelukte het aan duizend man, zich door de vlucht te redden. Sebastiaan zelf streed met schitlerende dapperheid; drie paarden werden onder hem doodgeschoten. Hij was aan den arm gewond en toch voerde hij nog altijd het zwaard. Doch nu omringden hem de vijanden, hij werd overweldigd en ter aarde geworpen.

Twee Mooren, die hem gevangengenomen en ontwapend hadden, twistten om den rijken buil. Hun twist werd door een Moorschen hoofdeling beslecht,

Sluiten