Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze rommel weg te komen. Maar in 't koepeltje waren ook al menschen, nog wel sinaasappelen etend, de vloer vol afval en papier. Het gebeurde al eenige keeren, dat hun stilte in 't bosch door de luidruchtigheid van dagjesmenschen werd verbroken, maar van morgen was het toch al erg. Dikwijls, als zij meenden alleen te zijn, werden ze verrast, om zoo te zeggen overvallen door het plotseling opduiken van menschenhoofden boven de berm, die naar 't koepeltje voerde. De steilte van het pad maakte ieder bij 't oploopen aêmechtig, zoodat ze niet konden praten, geen geluidje geven tot ze over de klim heen, onverwachts hun bewondering uitschreeuwden, de achterblij venden luide hun viktorie toekraaiend. 't Was zoo gewoon menschelijk. Maar omdat zij die wandelaars niet zagen aankomen, hinderde het geweldig. Het gaf een gevoel van te worden verrast, hoewel zij meest onaangeroerd naast elkander zaten te turen, ook wel eens in een boek te lezen, of dieptepeilend over de schoorleuning keken, waaronder de afgrond lag, elkaar aanwijzend een dorpje, een ver-af voorbijgaande spoortrein, een bijzonder-verlicht, schilderachtig punt. Ze stonden vaak zonder erg, tegen elkaar aan, maar schaamden zich toch ervoor wanneer onvoorziens menschenhoofden boven de steile weg uitstaken, 't valsche begrip, het zich

Sluiten