is toegevoegd aan uw favorieten.

In hooge regionen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Onbegrijpelijk-mooi al die vele bloemen. Jammer dat ik zoo weinig ervan af weet, ik ken alleen de hoofdsoorten!

't Leek beiden een verloren morgen, maar ze konden het elkaar niet zeggen, liepen zwijgend voort. Zoo wat alle hotelbewoners kwamen ze op de groote weg tegen. Eerst de ethische Noorsche, die verhuisd naar het kristelijk pension, uitermate lief groette, de mond spits van stille bevrediging. Dan de Czech, borst ingezonken, sleepe-langzaam wandelend, even opkijkend met de geloken blik zijner groote oogen, dan schuw groetend. Een weinig verder zagen ze de heer van Schoorle, die overbeleefd de hoed naar beneden tipte. De Duitsche zeeman-machinist, hun overbuur aan tafel, schoof plomp-zwaar aan, riep van verre al: Wunderschönes Wetter! Het Heilsarmee-paar slenterde innig-gearmd hun voorbij, bogen de hoofden liefnederig alsof ze wilden zeggen: zie je wel hoe gelukkig we zijn! anderen, pas in het hotel gekomen en waarvan zij de namen nog niet kenden, passeerden vluchtig groetend of speurden met peiloogen of zij niet 't eerste knikje kregen. Aan de overkant van 't hotel stond mevrouw Robinson te gekken, haar harde kraakstem van verre al hoorbaar; zelfs de Duitsche dame, de moeder van de vrijzinnige dochters, en die als 'n komische Alte grappig deed,