Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen zijn blauwe oogen en 't blond stoppelhoofd. Luchtig schertste hij:

— Dat is nogeens 'n flinke kuur ... over zessen. Komt u niet eten ? De bel zal wel zoo gaan.

Zij ving zijn blikken, bleef hem even aanstaren, veerde toen overeind, om zich snel te gaan verkleeden, toch zwaar in 't hoofd van al dat soezend droome-staren.

Aan tafel werd zij druk en opgeruimd, de verveeldheid van 's morgens geslonken in 't zwoel-zachte sluimerrusten op haar stoel en de goeddoende aanvoelingen van de zomerwarmte en 't weten dat zij beminde. En zich ineens herinnerend de oorzaak van haar ontstemdheid, nu gelukkig verdwenen, zei zij met 'n stil lachje tot van Reelen:

— We hebben vanochtend Hohwacht vergeten.

— Ja! antwoordde hij, van zichzelf niet zeker, toch oogelachend in lichte verstandhouding, er mee uitsprekend: nou ja, de reden ken-je zoo goed als ik. 't Lag op zijn lippen te zeggen, willen wij morgenochtend weer gaan, wat kunnen ons die menschen schelen. Maar hij voelde zich tegengehouden, zei het nog niet.

Toen vroeg zij het ineens:

— Als wij van avond, als wij straks eens gingen... ?

Zij hield het laatste gedeelte van de zin terug,

slikte het bijna in, verbaasd over haar eigen voor-

Sluiten