Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En van Reelen ging weer voort, hield niet op met uitwijden, met beschrijven, 't Is alle avond anders, een voortdurende metamorfoze; terwijl je kijkt wisselt het al. Eerst fantastisch, daarna grootsch, dan grillig onder de verschillende zonnevergloedingen.

Zij bereikten nu de open plek in 't bosch met het uitzicht op 't meer van Thun. Maar ze zagen al geen zon meer ; wel grijze wolken waar de laatste zonnegloed doorschemerde, vloeibaar rood als uitgedropen bloed.

Anna Paulowna gaf een kreetje van verrukking. Maar van Reelen voelde zich teleurgesteld, zei:

— Dat is wel een heele mooie luchtbeschijning, maar niet zooals ik 't bedoel, 't Wordt niet fantastisch ... die grauwe wolken bederven alles!

— 't Zijn dezelfde wolkjes van vanmiddag? spotte Anna Paulowna. Ik vind ze prachtig, net engelen ... engelen met het vlammend zwaard, lachte ze.

Maar van Reelen stemde niet in. Hij had te hoog opgehemeld. Toch hoopte hij, dat het verderop mooier, indrukwekkender zou worden.

In 't koepeltje waren ze nu, van Reelen ontstemd, Anna Pauwlowna bewonderend-tevreden. Ook met die rood-doorvloeide wolken, en vurige glanzen

Sluiten