is toegevoegd aan uw favorieten.

In hooge regionen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erg verkieselijk, maar zij begreep wat van Reelen wilde vermijden. Vooruit dan maar! 't Gaf een struikelen en opstaan, een uitglijen en elkaar vasthouden, maar toch ze vorderden, en nogal snel. In dat moeielijk loopen vonden ze ook hun vroolijkheid terug.

De bank voor het pension stond leeg; ze konden nu goed uitrusten.

Een glaceerende koelte gleed van de toppen, frischte al te merkbaar bun verhitte hoofden. Een wervelwind stoof aan.

— Een teeken van slecht weer, zei van Reelen.

— Welnee, hoe kom-je d'eraan? een onweertje misschien, daarvoor veel te prachtig vanavond!

— Juist dailrom. Kijk de bergruggen maar eens. Die komen nader. En de maan drijft ook al in een krans.

— Voorbijgaande wolken.

— In donkere nacht, spotte van Reelen erbij. Maar er komt toch slecht weer. In de bergen zie je niet veel verder dan je hand. Als 't onweer komt is het er ineens. Nu begrijp ik ook waarom het dadelijk donkerde na zoo'n helle dag. Zie maar eens.

De waterwolkjes dreven al meer achter de maan aan, verdikten zich, schoven op elkaar.

Toen vielen enkele druppels.