is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet vinden kon. Heviger gevloek en krakend geweld tegen de gesloten poort. Eindelijk! wagenwijd sloeg de deur open. Koel en blauw schaduwend lag de hol leege slachtplaats, helder de vochtig roode plavuizen vlak tegen de gemeniede randen onder de kalkwitte muren, als een kelder frisch wasemend tegen de stofvunzige steeg. De stier snoof angstig; uit de wijd sperrende neusholten hijgde de heete adem snorkend blazend de koelte in. Hendrik trok en de jongen beulde meê. Toon achterop ranselde den eikestok aan splinters op de grove knoken van het beest, 't Zweet droop hun van de roode gezichten.

— Trek dan toch, Hendrik! schreeuwde Toon nijdig.

— Douw-de gij dan, Toon! lachte Hendrik die den kleinen stouwer een trap gaf, dat die met een — A-jo ! over den drempel tuimelde. Onverzettelijk stond de stier stug voor de slachterij waar de zonstralen met heete neerdwarrelende lichtstriemen binnen vlamden.

— Hup-twee-alé! hup-tiek-dan — trekketrekke! gilde de jongen weer brutaal.

— Val om, muilezel, beet Hendrik hem nijdig toe. Doch Toon zei met 'n wijs gezicht van veel weten: