is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in blauwen koopmanskiel, die met kalmen zekeren tred, als kwam-ie al jaren hier, regelrecht op hem toetrad.

— 'k Hoor bij Bogers aan den Tol da' ge wat te koop had ?

— 'k Heb altij' wa', antwoordde de boer onwillig.

— Kan 'k dat zien? vroeg hij weer, onverschillig naar de blauw geverfde melkemmers kijkend.

— Kijken kost niks. Ze staon deêr! achter in de wei.

Na het houten hek zorgvuldig gesloten te hebben, stapten ze met breede schreden het land over. Toon redeneerde niet moeiallig over 't natte jaar, de piepers en de slechte haver. De boer zweeg, luisterde en schudde het leerbruine gezicht, mompelde enkele jao-t-ik's en neen-t-ik's al naar het hem geviel. Die jongen wist er tenminste wat van en nieuwsgierig bekeek hij hem; hij zag er goed uit, 'n nieuwe blauwe kiel, beste schoenen — en z'n gezicht da' waar nie van 'n honger-lijers-jong. Eindelijk, het gissen beu, vroeg-ie terloops zonder dat zijn strak effen gezicht eenige belangstelling verried :

— Gij zijt toch geen zeun van Piet de Kok uit de stad ?