Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zoo'n gladakker, moest je hem leeren kennen. Afijn, na-pandoeren gaf geen snars, die les kon Toon onthouden; met een bok leerde je meer dan 'n paar jaar op school. Ze gingen het kamerke weer binnen, aten vlug hun brood en dronken voorzichtig de heete cichorei-koffie. Toon bleef korzelig en weinig spraakzaam; die schande zat hem hevig-dwars en hij kon niet heen over zijn stumperigheid, verzon toch al weer hoe ie 't best van dien strop af zou komen.

Eindelijk reden ze weg. Zilverige schemer trilde langs de even zacht bewegende toppen der olmenboomen. Bleeke nevelen wuifden ijl doorzichtig over de velden, waaruit gevoelig de profielen der boere-steeën opstonden. Blauw donkerde in het oosten, het groeide koeltebevend aan, met breede schaduw de spannende aardkost overademend, en met het aanluwen van den avondwind leek het luisterlijk licht weg te zingen als een te felle kopermuziek, op grooten afstand nog hoorbaar. Maar heen trok het wreede scharlakenoranje en dun op luwen windadem even nog vaag trillende klanken met bevende golvingen door de vibreerende lucht. De zon gloeide met vlammende weerschijnsels over het kruivende groen, tusschen en om de knoestige wilgen die

Sluiten