is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twistten ze weinig. Met stieren-drift tobden ze zich af, hakkend en kervend, brassend en plassend, in éen adem door, zonder omzien, het werk af-vechtend met staag-groeiende ijver, de peezige armen bloot, bloed bespat woelend in de donkere lijfdiepten der gevelde beesten, de handen rond-graaiend in de warm smookende, nog van leven trillende open lijven. Er was lust in hun tierend gevloek over zoo'n vet stuk vleesch, en zulke zware rib-stukken; en ze keken het aan als het hing en kuischten het schoon als een mooi meubel dat ze zoo hadden afgewerkt. Dan bleef er geen tijd over om elkaar te judassen. Geen achtervoet woog hun te zwaar, geen van beiden lieten ze iets staan, diep in hun kleine denken beangst voor den smaad-blik, die giftig minachtend in het gekijk voelbaar was.

Ze zouden beginnen, 't Was net eender of Tienus vandaag weer schuw werd. Toon wist wel dat ie geen held-in-'t-steken was ... en nou net die hoorn-zieke koe . . . waarom anders dat vreedzame geklep van Tienus — ja wel, je verkletste daar 'n half-uur in oe slachtplunje !... Op zijn kalmste manier vroeg hij aan wien nou de beurt was om te steken. En hoewel beangst tot in elke leven-trillende zenuw en als voor-