is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal-de 't. Ik heb twintig jaar bij oe oom gewerkt

— mot jij wat zegge, jij!

— Dat hoor-de, judaste Ghijven, die nog bedaard een touw door de katrol stak.

— Nondezju — wa' wit-te van mijn, zeg op!

— Da' ge goed steken kunt — wit 't nou ?

— Luldefikatie — ik snij riemen van 'n anderman's leer — da's zooveul as stelen! bewijzen of bij God! God! —

Opkijkend zag Toon plots het verwrongen gezicht van Tienus die met bloed-bespatte knuisten te dreigen stond. Even besluitloos stil, maar de drift al in hem opgierend ; dan dol van woede schreeuwde hij:

— Wou je vechten! Roef — pas op. God

— God! en het juichte den koel-blauwen schemer in, het jubelde tegen de pannen en kletterde terug op den plavuisvloer, het klonk schel hel als een kopersignaal, klets-klets klapperde het hout, waarmee hij de huid van het beestje moest los-ranselen, op de steenen. Hij was opgesprongen uit zijn gebukte houding, schreeuwde dat de vensters er van trilden:

— Kom dan op!

Dan kwam Tienus met de blaaspijp dreigend in hand op hem af, maar gewiekst sprong Toon over het doode beestje en sloeg al