Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kook-hok. Ze hadden de smeulende vuren gedoofd. Toon ging alléén nog even naar de slachtplaats, terwijl de anderen naar de keuken trokken om bloedworst te bakken.

Met de lamp in de hand kwam hij binnen. Het felle licht glinsterde juichend over het lillende vleesch-festijn. Even kraakten de nieuwe koorden in de nog stugge katrollen. Frissche lucht wijlde over de glinsterend vochtige plavuizen. In de goten van gele steentjes lichtpitste een zilver-wit streepje blank water. Groote schaduwen vlotten tegen den ommestand, en het was er koel en goed om lang te blijven. Hij hing de lamp aan een spijker, nam toen een sinaas-appel uit zijn zak en stak dien in den open bek van het varken. Dat leek toen toch zoo verdomde grappig dat ie er om grinnikte: die lollige kop met de lodderige bijkans kwijnende oogskes, de groote roze doorschijnende oorlappen, net stijve vaantjes van Kevelaar, die toetige slobbige neus waarin als breede Iachtrekken de bek rimpelde. Er lag een grijns van vette lol over dien kop, een gezellige buiklach over zooveel smijligen reuzel en modderdik spek. 't Was geen dood beest meer voor hem, maar een sappig lekker ding, dat ie zoo gewrocht had met bei z'n willende handen en

Sluiten