is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als ie nou elf, twaalf en dertien nam, die lagen naast elkaar en voor 'n deel beschut door den achterkant van het slingerbosch, ook iets lager, daar bleef het water beter in staan . . . van voren dien puinweg en er achter dadelijk het kanaaltje . . .

Lange uren bedacht hij dit; 't moest gebeuren. Voor de zooveelste maal trok-ie weer tegen het schemeren naar buiten om geen vermoeden te geven, want dat kon van invloed zijn bij het pachten. Niemand moest er meê gemoeid worden, dan konden ze maar denken dat ie 't voor 'n hovenier huurde. Twee borgen waren er. Van Hendrik mocht hij 't doen, hoewel die er hevig op tegen was geweest, want zie-de: ge most daar niet mis over denken. Land vrat geld, en Toon kon er veul verstand van hebben, maar voor boeren! dat moest je met de paplepel ingegeven zijn. Na veel redeneeren was-ie er ten leste toe besloten. Toon had hem in heilig vertrouwen gezegd dat z'n moeder ook borg bleef. .. dan kon het immers nooit kwaad loopen; en in zijn zelfzuchtige gedachten redeneerde Hendrik dat de familie, als de nood aan den man kwam, hem wel bij zou springen.

Weer stond-ie buiten op dien grond, de