Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Tot zoo-bedeentjes, groette de boer.

— Saluut, zei Toon en hij wist nü, dat het lot in de Landbouw beslist zou worden. Dit voelde hij krachtig en hoorde zijn naam reeds luide roepen. Zijn besluit stond onverwrikbaar vast: pachten zou-ie van avond!

Thuis gekomen knorde hij tegen de werkster dat z'n schoenen gepoetst moesten worden. Of de baas dan nog uitging, had ze gevraagd. Maar hij wilde niets loslaten, was de achterkamer binnen gegaan, had zich in het zwarte pak gestoken ; daar kon hij straks z'n koopmanskiel wel over heen doen. Heel diep in zijn gedachten meutelden hem bekende stemmen: mocht hij z'n moeder wel als borg noemen? Hij had er haar toch niets van gezegd. Doch kribbig wilde hij er niet over denken, 't Zou immers goed gaan, en hij haalde het pachtbiljet waarop de voorwaarden stonden uit het kleine mahoniehouten kastje, las en herlas de artikelen en streepte met een blauw potlood die kavels aan welke hem het best bevielen. Vooral kavel A bij den meulen, daarop wilde hij ingaan. Met een ernstig gezicht trok hij de deur uit, want degelijk voelde hij den grooten ommekeer die dit pachten hem zou brengen.

Het was stampvol in de gelagkamer. Sigaren-

Sluiten