Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste kwaliteit was, liep hij door de blauwdonkere straten voor hun deuren te drentelen. Hij keek goed toe of het vet wel room-geel blank was en het sappige vleesch wel purperrood van kleur en taxeerde weer hoe zwaar zoo'n „achtervoet" wel wegen zou; zag naar de kalvers of ze wel blank genoeg waren met hun teer-rozig schuimende vleesch-wit tegen de glinsterende, blauw door-aderde huid; en z'n oogen gingen te gast aan die zware vet-gemeste varkens wier opengesneden lijven te pronk hingen, het bleekroode vleesch naast het melkblanke buikspek en smeuïge reuzeis als gedegen en geprakt in de lichtbruin geglazureerde potten. De wellust van zoo'n winkel met vleesch deed hem watertanden. Dan kon hij met pijnlijken weemoed terug denken aan de eerste tijden van geluk in zijn nieuwen winkel — — maar dan kwam die pachtavond dreigend steil voor zijn herinneren staan en alle gebeurtenissen ontzettend en in precieze opvolging onontkoombaar, onafwendbaar verschrikkelijk en ellendig.

Doch zijn wil zat als geklonken tusschen ijzeren bouten, z'n wil was aan de muur-vaste gedachte „het móest kunnen" als geketend. En hij dwong zich zoó te denken, wroette zich daar in vast; hij kon het beter dan de anderen,

Sluiten