Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besteden, maar méér en méér pijnde hem de gedachte dat het met den winkel mis zou loopen. Toch wroette hij voort, zich bijna geen tijd gunnend tot eten en drinken, al maar gehaast om op het veld te komen waar het onkruid, trots slechten en eggen, welig te tieren stond tusschen het nauw opgeschoten zaad der bieten en de dunne stelen van het aardappelloof.

Zelden ging hij nog naar de Breêstraat, bevreesd om de telkens weer herhaalde klachten van zijn moeder aan te hooren. Want de leuterige kwaadsprekende menschjes in het stadje haalden dien oudsten zeun van de weduwvrouw Ghijven ferm over den hekel. En wat hij deed en wat hij sjouwde en hoe hij had gesnauwd tegen die juffrouw, tegen dien hovenier, alles werd haar fijn door de wauwelende buurvrouw over verteld en de groenten-leursters weeklaagden over dien jongen slachter met veel och-erme's — en 't is-toch-wa'-te-zegge's; de familie begon er zich mee te bemoeien, want het was een schande voor allemaal dat die jongen ging boeren. Hun goede naam werd in het slijk gegooid, 't was wat moois om van 'n ieder te moeten hooren hoe die neef zich gedroeg.

En aan niemand dorst Toon zijn zorgen en het nijpende geld-gebrek toevertrouwen. Dik-

Sluiten