Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peeën het leven te rekken. Water ?. . . in den polder had hij ze toch bezig gezien; daar schepten ze met groote hozen water uit de sloot over het land ... in de kassen sproeiden ze toch ook . . . Verdiest en Coenraad begoten toch ook hun jonge planten. .. kon-ie óok probeeren. En dat tobde nu voortdurend in zijn uitgedachte hersens, dat zanikte hem in het hoofd en aan niets anders kon-ie ten leste nog denken. Nee ! hij gaf het niet op, eer viel-ie dood dan het land nu in den steek te laten.

De arbeiders lagen onder het lommer der boomen, niesden het stof uit hun neuzen, verfrischten de verdroogde kelen met wat cichoreiwater uit de tinnen stoopen en verpoosden een wijle het wreed afgematte lichaam. Onbesuisd tobde Toon alleen voort, de oogen valsch naar distels en puien; woedender viel hij er op aan, de plooi kervend tusschen de brauwen, de kaken krampachtig toegebeten, adem snuivend door den roodgebranden neus. Al witter schemervlamde de zon in het zilverig schitterende pulver.

Lager daalde het licht en 'n oogenblik leken de daakjes te verzwinden in de helle op-vlamming, en daarin krampte vreemd eenzaam omhoog de verminkte kathedraal met z'n rots-

Sluiten