Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verdriest brengt net zoo veul op als mijn heele inventaris.

— Wat dan gezongen ? . . . trouwen . . . misschien ?

— Dat kan 'k beter dan me laten verhangen, zei Toon en school diep weg in een schaduwhoek, keek toen bedachtzaam naar het boekenrekje of daar de wijsheid van daan moest komen. — Trouwen, dat is het eenigste wat er op zit.

— Vin-de da' nou niet al te gek om 'n meid op te scharrelen, die jou uit den brand mot helpen ? vroeg Willem met schoolsche gedachten aan liefde-zoet en ziele-min.

— Gek ? Wat zit er anders op ? Iedereen vraagt om geld. En hij gooide er zijn zorgen uit, zijn stem klonk schor en sloeg over van drift. Was dat 'n leven, moest hij zoo voort blijven tobben ? Wat kon daar nou op den duur van groeien !... De pacht, het werkvolk, moeder en Hendrik die borg waren!... En hij roffelde de woorden af, hortend soms en stootend angstig, met de visie voor oogen dat het op een bankroet uit zou loopen, dan weer nijdig zich opschroevend tegen de vooroordeelen van kennissen en familie. Hij werkte er voor, deed hij niet alles om er boven op te komen ? En nu die zon en die

Sluiten