is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 'k Zal er nie' mankeeren hoor! galmde Toon terug en hij zwaaide triomfantelijk met z'n bamboestokje, als had-ie hier het pleit gewonnen.

Ze marcheerden straf aan. De wind zette wat op boven Ouddorp, dat met z'n torentjes en z n roode daakjes, tusschen het bruin-groen van beuken, kleur-glansde onder zilverig-witte wolken-gevaarten, die teer uitraagden tegen flets-blauwen hemel en zwaar boven den horizon blokten, in ontzachelijk breede opstapeling, telkens met veer-donzen uitpluiming in de luchtvakken vervagend. De bolle wind joeg de room-gele en meeuw-grijze wollige stapeling verder tegen den blauw-verschoten hemel, waarin de zon vuur-laaide. Afgegrensde stralen-bundels schoven langs sneeuw-blanke wolken-lijven, geel-goudende banen over de groene klaver-weiden, waarin koe-beesten ros-rood, fluweelzwart en melkblank te grazen stonden. Telkens weer het snellende licht met glijdende bevingen neer-goudend, achterhaald door het donker schaduwgespeel. Maar de zon warmjuichend en deugd-doend, schallend blij en 't groen zoenend, dat kruivelde en streuvelde onder de dol-buitelende windjacht.

En in de slooten, tusschen het glad-zwarte