Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Misschien hebben de dames Reael nog wel wat open," merkte Van Delder op. Het Hotel d'Europe was vlak bij, op de kade: een groot hoekhuis, naast het nieuwe wit-marmeren kantoorlokaal van De Oude & fils, dat De Bie, in het voorbijgaan, als dat van den rijksten Hollander in Smyrna aanwees, en bekend was als het Bureau Dcoudc. Voor het hotel nam Van Delder afscheid: mevrouw Nicholson had haar dag, hij moest daar op bezoek. Met een handdruk en „aangenaam kennis gemaakt te hebben," nam hij van Floris, met een: „laat la belle Ame'lie niet te lang wachten", van

De Bie afscheid. Hij verdween in de zijstraat, welke het hotel afhoekte.

De Bie's mager en bleek gezicht van weekelijke trekken bewoog zich opnieuw tot een flauw glimlachje. „Wat doet die m'nheer Van Delder?" vroeg Floris.

„Wat-ie doet? Dat mag God weten: de menschen bepraten," antwoordde De Bie schouderophalend. Maar ook hij ging zijns weegs met de afspraak Floris den volgenden morgen om een uur of negen te komen halen om hem met zijn bagage door de douane heen te helpen. Een oogenblik later stond deze op het balcon van zijn hotelkamer aan de kade, en keek naar de beweging op straat. Het was al niet meer zoo druk: het menschengewoel was nu dunner, hier en daar openden zich groote plekken ledig. Een paar kameelen stapte nog met statige langzaamheid en luid bellengeklingel voorbij, maar de menigte had zich verspreid. De zon

Sluiten