is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op een werd een man, die een leelijk gezicht trok, een kies getrokken; op een ander zaten mannen op tonnen en dronken uit kruiken. Die menschen werden levend voor hem en verhaalden hem geschiedenissen. Er waren ook landschappen met witte wolken in blauwe luchten, en koeien die neerlagen of graasden in het groene land met slootjes en bruggetjes er in, en een kerktorentje in de verte. Zoö, dacht hij, moest het land er uitzien, waar de trekschuit heenging, die hij had zien vertrekken. Voor een kast met porselein had hij nauwelijks aandacht, maar zooveel te meer voor een paar portretjes: zwarte silhouetten van dames met hoog-gekapt haar en heeren met pruiken, net als de Oude Frits en zijne generaals er droegen. Tante Mina had hem gezegd, dat die menschen familie van hem geweest waren: overgrootvader en overgrootmoeder Quintus; een portretje op ivoor geschilderd stelde een oudoom voor met een blauwe jas met gouden knoopen ; hij had bruine haren, die in krullen op zijn voorhoofd hingen, en een blauwe kin.

Het kind ging de witgeschuurde trap op met haar looper die met koperen roeden aan de treden vastzat, en kwam dan in kamers die nog stiller waren : groote kamers met oude kasten, en groote ledekanten met lange, groene gordijnen. Daar hingen ook prenten in lijsten aan den wand: een soldaat met een benauwd gezicht die in den oorlog, achter een boom, de broek afstreek, stelde er een voor, en op een andere was een officier