is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toekomst onder alle tegenspoeden verzorgd had, en toen hij eenige jaren, nadat Floris voor 't eerst dien uiterlijk zoo ontzagwekkenden man had leeren kennen, stierf, liet hij zijn kinderen niets na om van te leven, en deze bezaten, behalve eenige oppervlakkige kennis, slechts neigingen van zorgeloosheid en verkwisting, en allerminst bekwaamheid om eenig beroep uit te oefenen.

Wanneer Floris daaraan dacht, nooit zonder wrok jegens den ouden man met zijn misdadige zorgeloos heid, welke zijn grijs haar tot schande maakte, vergeleek hij de geschiedenis zijner familie met die van Zola's Rougon-Maquart. Heeft men, vroeg hij zich soms af, wel goed in Zola's werk begrepen, dat hij minder een beeld heeft willen geven van de samenleving, waartoe hij zelf behoorde, dan van èèn enkele familie daarin? Is het misschien zelfs niet een fout in het grootsche werk van den meester, de fout van een genie, maar een fout tóch — hoewel wij het werk niet anders zouden wenschen dan het nu is — dat men van het bijzondere der levens van de Rougon-Maquarts teveel wordt afgeleid naar het algemeene van de maatschappij in den tijd van het Tweede Keizerrijk? Hoe dit zij: hem trof steeds, de verhoudingen van Nederland en Frankrijk, Amsterdam en Parijs, en de karakterverschillen van het Fransche volk en het Hollandsche in acht genomen, de overeenkomst tusschen zijn eigen familie en der door Zola beschrevene. Zeker, misdaad was in de zijne niet voorgekomen, krankzinnigheid evenmin,