is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter zijn hoofd, en dacht na over de praatjes van De Bie, over dominee Hicks en my dear, over de Hollanders van Costi en den „missionaris," tot zijne gedachten zich vervaagden en hij insluimerde. Maar spoedig ontwaakte hij, en wijl hij het nu te laat vond nog naar de dames Reael te gaan, dacht hij het 't best zich te kleeden en een bezoek te brengen aan den Nederlandschen consul, den heer Van Spalkenberg.

Hij was dra weer op de kade, waar het gewandel in den laatsten zonneschijn van den dag nog aardiger, nog rijker aan mooie vrouwen was geworden. Het consulaat was niet moeilijk te vinden. De Bie had hem gezegd aan het eind der kade, hij liep de Sportingclub voorbij, zag er de huizen van deftig voorkomen op aan, die langs de rondende kade, bespoeld door de deining der zee, gesnoerd stonden in zacht rood en grijs wit. Hier was het zeer stil; de woningen leken pas gebouwd. Boven het portiek van een der nieuwste, niet groot maar van solide sierlijkheid zag hij het Nederlandsche wapen met het Fransche opschrift Consulatdes Pays-Bas. Nog voor hij kon aanschellen werd de deur voor hem geopend dooreen man als een livreibediende, meteen Turksche fez op, die hem in een wachtkamertje liet, waar onder een kaart van Nederland, een lederen sofa stond naast een tafeltje. Zijn wachten duurde slechts een oogenblik: de cawas") bracht hem naar het vertrek van den consul.

*) Turksche politieagent in dienst van Ottomaansche of vreemde autoriteiten.