is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sinds een jaar hier gevestigd, en wijl hij in dit jaar nog eenige zomervacantiemaanden in Holland had doorgebracht, bevond hij zich nog in zijne wittebroodsweken met de kolonie. Niet enkel dat. Er werd op de deur getikt en op het „entrez!" van den consul, trad een prachtig specimen van Zeeuwsche jonge vrouw binnen in nationaal gewaad, de vlugge, witte kantbelijnde muts met gouden versieringen om het frissche gezicht met zijne blauwe oogen en donkere wenkbrauwen, om den ietwat uitgesneden hals een dikke snoer bloedkralen, terwijl zij op de bloote blauwroode armen, in korte nauwsluitende mouwen, op een draagkussen van enkel kanten en rosestrikken een bakerkind droeg, rond en rose van gezicht in het kanten mutsje, dat, van de wandeling thuis komende, papa een zoen kwam brengen. Dit was de zoon Van Spalkenberg en dat was zijne minnemoeder. En nadat papa den kus had gegeven en de minne was heengegaan, gaf Floris zijn verrassing te kennen hier, in Jonië, een jonge Zeeuwsche vrouw te zien, en welk een! De consul lachte prettig. „M'n vrouw is van Zeeuwsche familie, moet u weten," gaf hij te kennen. „Wij hebben gedacht, dat voor een Hollandsch consulskind een frissche nationale min nog wèl zoo goed zou zijn als een Fransche nounou, en wel zoo decoratief oók." En hij vertelde hoeveel succes de minne van zijn zoon had, én als mooie Hollandsche vrouw, èn als nounou. In 't begin liepen de menschen op de kade uit om haar te zien