is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijl zij, in het gesprek slechts terloops hare opmerkkingen plaatsende, hem nu en dan aanzag, kon hij haar minder nauwkeurig beschouwen dan mevrouw Hicks, die naast haar zat en ijverig aan het onderhoud deelnam. Die was, zooals De Bie gezegd had, mooi geweèst, maar hare trekken hadden geleden; zij was mager en ietwat tanig, en haar aan beide hoeken afhangende mond bezat een niet te miskennen uitdrukking van vermoeidheid. Hare donkere oogen, wanneer zij toehoorde gesluierd door velerlei droevige ervaring, glansden, wanneer zij sprak, van onstuimigen hartstocht, maar terwijl zij dan hare wenkbrauwen samentrok kreeg haar blik iets hards, dat den heer Hicks vroeger waarschijnlijk menig onaangenaam oogenblik bezorgd had. Toch lag er in haar manier van spreken veel zachtheid, welke er mede in strijd scheen. Haar donker en vlokkig haar grijsde reeds, maar haar vlug hoedje en haar jeugdige kleedij bewezen, dat zij zich tegen die te vroeg zich aankondigende grijsheid verzette. Vooral de zwierigheid van haar voorkomen gaf Floris een gewaarwording van teleurgestelde verbazing, dat zij zich verslingerd had aan een man als De Bie, die niet alleen leelijk maar zelfs slordig en vuil was, en in zijn uiterlijk niets bezat, docht hem, dat een vrouw bijzonder moest aantrekken. Klaarblijkelijk had deze vrouw zich aan dien man geschonken in een oogenblik van uiterste zelfvergetelheid.

In Mary De Oude herkende hij het dien morgen