is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door fijne wenkbrauwen, haar aardige wipneus getuigden van geest, die op de gevulde roode lippen van een te breeden mond gemoedelijk en goedhartig werd. Mevrouw Willem Rombouts, die naast hem zat, kon hij niet goed aanzien, doch bij de eerste begroeting had hij ook haar sierlijkheid opgemerkt, en gezien, dat zij een knappe vrouw was met een ietwat spottenden oogopslag. Gemakkelijker kon hij het oog richten op het keuvelende paartje bij de piano, dat op niets en niemand lette. Freule Van Torgau droeg nog hetzelfde zwarte kleed van dien morgen met het roode doekje uit haar geopend sluitjasje, maar zij had nu witte glacé handschoenen aan, en, als broche, een gouden gravenkroontje met kleine parels. Haar gezicht was door het spreken zacht rood gekleurd, haar blik opgeruimder nu, en zij gaf zich klaarblijkelijk veel moeite om Hugh bezig te houden, wiens fletse blauwe oogen wel wat meer leven bezaten, maar wiens glimlachje nog even flauw was als dien morgen.

Het gesprek der dames en Van Delder, het gekeuvel der afgezonderde twee, en van den consul met juffrouw De Oude werd afgeleid door het vlugge binnenstappen van een oud heertje met een groote, gele roos in het knoopsgat, grijze opgestreken knevels, zorgvuldig-opgemaakten haardos, die met kunst en zwier om zijn hoofd was gelokt, een zwart pandjasje van den laatsten snit, keurig gevouwen broek, witte slobkousen op verlakte laarzen. Met rassche schreden kwam hij op de dame