Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waard was, dit opkomende gevoel van verlangen naar een bloem in zijn huis. Hij, een zwerver, die niet eens een huis; hij, een zwakkeling, die in zichzelf geen enkele zekerheid bezat, geen enkel initiatief, zelfs niet om in het voorbijgaan een bloem te plukken, en voor zich alleen mee te nemen. Plotseling werd hij die rumoerige omgeving van vroolijke jonge lieden, dat se agapd'm oneindige verscheidenheid van kwijnenden en wilden hartstocht gezongen, dien Van Delder met zijn giftig oordruppen moede. Hij stond op, en zei hem naar het hotel terug te willen, en wachtte nauwelijks af tot de ander opstond en met hem meeging. Zij gingen naar de kade terug; aan het hotel nam Van Delder afscheid van hem. Maar Floris ging slechts naar binnen om zijn begeleider kwijt te raken. Hij bleef even in de vestibule staan, en ging toen weer uit, ofschoon de portier hem waarschuwde, dat de tafel reeds begonnen was.

Voorbij de koffiehuizen met de kienende bezoekers; voorbij de hem aangewezen huizen der Hollanders, waarvoor hij nu nauwelijks aandacht had, ging hij de stille kade op. Een drukkend gevoel van weemoed, verlangen en verlatenheid dreef hem voort, het hoofd op de borst, de oogen starende, de handen, die een stok vasthielden, op zijn rug. Nu en dan keek hij op, had hij oog voor de schemerachtige kade voor zich uit. Om niet door den enkelen voorbijganger aangestaard te worden, iemand te ontmoeten, dien hij

Sluiten