Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamer. Floris nam van den vader afscheid, en deed het nu van de zoons; deze beantwoordden zijn groet opnieuw met een buiging, een handdruk, een glimlach : klaarblijkelijk lieten beiden het woord geheel aan hun vader.

„Zoo is-ie nu altijd," zei de heer Van Spalkenberh op straat, ,,'n Ware penitentie om naar hem te luisteren. Ik heb die verhalen al een keer of vier gehoord, en kan er niet meer tegen. Eenmaal aan het woord, zou hij tot het volgend jaar blijven doorpraten, wanneer z'n eigen krachten en die van de menschen, die naar hem luisteren, het uithielden. Toch is hij nog de man in z'n zaken; hij drijft en beschikt alles. Hij wordt een van de bekwaamste kooplui van Smyrna geacht. En dan: heel veel kennis van Grieksche oudheden."

„Die zoons schijnen minder spraakzaam te zijn," meende Floris.

„O, die zoons zijn net als hun vader, niet zóo erg, maar in zijn gezelschap mogen ze alleen spreken als hij 't hen toestaat. Zoo oud als die Willem is: hij is twee en veertig, zal hij niet gaan zitten voordat de oude heer hem verlof geeft. Echt Oostersche eerbied voor den vader, trouwens dat is zoo in bijna alle goede Smyrnasche families."

De consul geleidde Floris niet meer door den drukken bazaar. Hij sloeg stillere straten in, haastig nu, toch nog vertellende van de oude gewoonten, en

Sluiten