Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die, hoewel niet veel rijker dan een van de Torgau's, een nog beter klinkenden naam en titel droeg. Dat was juist in den tijd, dat de heer De Oude, wiens meisjes voor goed van Parijs waren teruggekeerd, zijn salon en eetzaal opnieuw voor gasten openden. Vader, zoowel als oudste dochter maakte zooveel werk van den jongen hertog, alsof zonder hem hun tegenwoordig en toekomstig geluk niet bestond. De heer De Oude zinspeelde niet meer op een huwelijk van Hugh en Elize: hij was er niet tegen, hij was er niet voor. Tusschen die twee negatieven, stond de positief-voorname verschijning van het jonge meisje, welks naam en titel hij in zijn salon met zooveel pleizier aan vreemde gasten kon zeggen: „gravin Van Torgau, dochter van een van m'n gestorven vrienden." Dit klonk heel goed, en werd gemakkelijk uitgesproken.

Hoewel door haar moeder een Griekin, door haar vader Hollandsch-Fransch, bezat Elize van haar verre Hollandsche afkomst zeker phlegma, dat haar gevoel met een laag asch overdekte. Met Hugh opgevoed, hield zij van hem, niet met een geestdriftige en blinde liefde, maar met een genegenheid, welke zij in zich wist, zoolang als zij zich van haar denken en gevoelen rekenschap gaf: de genegenheid van twee spelende kinderen eerst, die zich door de jaren verdiepte, en zich zoozeer met haar innerlijk wezen ontwikkeld had, dat haar hart niets bezat, of het was met hem èèn. Zij kende heel goed zijne gebreken: zijne weekelijke manieren, de

Sluiten