is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mans hoe langer hoe dieper het binnenland in gedreven. De in het land geboren Grieken zijn rajahs — onderdanen — van den Grooten Heer. Zij bezitten er weinig rechten, door de Fanariotschegeestelijkheid van Stamboel, in vroeger tijden een bende roovers voor den Orthodokschen landman, erger dan de Janitsaren en de Basjibozoeks, nog kwalijk verdedigd, maar onder hunne verplichtingen, waaraan zij zich nog met de hun aangeboren schranderheid veelal weten te onttrekken, behoort althans niet die plicht der verschrikking, welke der Muzelmansche bevolking erger is dan een jaarlijks terugkeerende pestilentie: de militaire dienst. Enkel Muzelmans mogen het Ottomaansche Rijk verdedigen, dat steeds oorlog voert, en welks slecht legerbestuur de soldaten bij duizenden opoffert zonder eenig nut, en in vredestijd laat sterven door verwaarloozing. Door heel het Turksche Rijk dus zijn alle Muzelmansche landstreken verweduwd van jonge mannen. Slechts grijsaards, kinderen en vrouwen blijven achter, en de laatste, voor zoolang zij dan nog haar man bezitten, doen, eenmaal moeder van een zoon, alles om haar volgend moederschap zooveel mogelijk te beperken.

Het tegenovergestelde is met de Grieken en — elders — de Armeniërs het geval. De jongelieden worden er even vroeg getrouwd als de Muzelmans, maar de mannen blijven thuis en de gezinnen vermeerderen jaarlijks. De Christenbevolking wordt dus