Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat zeggen menschen die zware koorts hebben als ze ijlen .... gekheid, met uw permissie ?

Hij glimlachte en antwoordde: „natuurlijk". Mme Rénouard stond op: „ik moet nu heen, m'n werk doen. Malise en ik zullen nog eens naar u komen kijken, maar .... u is nu beter, dank zij der Heilige Maagd, die we lang voor u gebeden hebben en ons onzen goeien vriend teruggegeven heeft, u moet nu op u zelf passen, voorzichtig zijn, voedzame dingen eten, die wij voor u zullen klaarmaken, en dan, morgen, gaan we 'n wandelingetje maken, niet waar?"

Ook Hugo was opgestaan, ontroerd, van dank te vol: hij had die goeie, ouwe vrouw in zijne armen willen nemen, en hij dacht op dat oogenblik weer aan zijn moeder. Hij stond daar tegenover Mme Rénouard, met zijn huisbleek, vermagerd gezicht, en zijne groote, blauwe oogen, die nu niet de tranen weerhouden konden, terwijl zijne lippen beefden en het woord niet wilden loslaten, dat zijn hart opdrong. Hij stak de beide handen naar de ouwe vrouw uit, die ze greep, zij ook nu ontroerd, zij ook nu schreiend, en hij kuste hare handen, hij kuste ze hartstochtelijk, heel zijn woordlooze dankbaarheid zeggende in zijne kussen. Mme Rénouard bedwong haar ontroering: „neen, neen, meneer Hugo, zei ze, toch nog met tranen in de oogen, dat mag ik niet toelaten, op die manier zal u weer ziek worden, wees nu verstandig, wees nu kalm en bedaard, ga

wat lekker zitten luieren, en straks weer naar bed, hoor."

De Droomers. I. 2

Sluiten