is toegevoegd aan uw favorieten.

De droomers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvoerde en dan los liet om ze vrij en gelukkig te laten voortdrijven in een wereld van triomfantelijke schoonheid.

Ook nu sprak Terhaer van zijne schilderijen, een schilderij, dat hij ontworpen had: Parijs verlicht door den Arbeid, een duister visioen van de stad, en daaroverheen een lichtende naaktfiguur opstijgende ten hemel, ontworpen nog maar, want in den laatsten tijd was het weer zoo donker geweest, dat hij geen kleur had kunnen zien, en nu was hij uitgegaan om verf te koopen en aan te loopen bij een paar kunstkoopers. Maar men wilde zijne schilderijen niet, men vond ze bont, en begreep ze niet, hij was al blij wanneer hij hier of daar een aquarelletje geplaatst kreeg, dat dan nog niet eens verkocht werd, want de kunstkoopers zetten het achteraf. Dat hinderde hem, wanneer hij daaraan dacht, werd de uitdrukking van blijde verrukking uit zijne oogen, van zijn voorhoofd weggevaagd, dan kwam hij uit zijn bezieling omlaag, maar vermits hij niet anders dan bezield kon zijn, was het nu zijn gedroom van sociale rechtvaardigheid, van de naderende revolutie, die deze grove, ongevoelige bourgeois-wereld zou vermolmen om uit het puin op te bouwen den socialistischen staat, waarin, ieder dienaar en ieder vrij, de kunstenaar, onbezorgd voor zijn materieele leven, zou kunnen arbeiden, omdat zijn arbeid een onmisbaar deel was van het staatsleven zelf. In dezen droom volgde Hugo hem niet, integendeel, wanneer Terhaer daarover begon, bestreed hij hem: die socialistische staat