Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en die de moderne scheikunde misschien op het spoor was, dat, dacht de bezoeker, was een schoon levensdoel. Van de Kabbalisten in Córdova en de Mooren in Tlemcen naar Paracelsus en Isaac Hollandus, van dezen naar de scheikundigen van onzen tijd, twijfelende aan den als onomstootelijke waarheid aangenomen grondslag van de ondeelbaarheid der atomen, was er, als een rustelooze arbeid, een zoeken gegaan naar den „Steen der Wijzen."

Zeker, deze Zweed was een wonderlijk man, maar Hugo bemerkte spoedig, dat er onder die vreemde begeerte om goud te kunnen maken een diep nadenken en een hooge wijding lagen. Terloops sprak de heer Von Tigernskiöld van zijne bezittingen in Zweden: hij kan dus niet arm zijn, dacht Hugo, kon niet begeeren goud te maken in den wensch om zich te verrijken, en Hugo vroeg hem dit ook, of hij de materia prima zocht enkel om het goud?

De heer Von Tigernskiöld liet zijn monocle uit het oog vallen, en zag Hugo aan: de vraag scheen hem zoo onbeduidend. „Wat zal ik u daAr op antwoorden ?" vroeg hij terug. „Indien u bedoelt te vragen of het mijn wensch is mij-zelf te verrijken door het goud, dat men, de materia prima gevonden, zal kunnen maken, dan antwoord ik u: „neen." Voor mij-zelf heb ik nauwelijks behoeften: ik leef als een derwisj. Mijn doel is een sociaal, wetenschappelijk, vooral religieus doel. Sociaal, daar het mij voorkomt, dat het goud de menschen

Sluiten