Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn geweest. Beneden, in het dal Valmontone, Artena, het Monte Fortino van vroeger, onderworpen aan de heerschap van Basarcola. De bergen waren sinds lang ontboomd door de herders, die er hunne schapen en geiten deden weiden, en wier eentonig gezang nacht en dag uit de verste verte doorklonk tot de villa. Er zijn daar onnoemlijk veel grotten: ik kende ze allen en de geschiedenis er van. Basarcola en zijne bergen en dalen zijn berucht om de bandieten van eertijds. Er is een gezegde, dat, wanneer men in de vallei van Valmontone bloemkool zaaide er briganten van opkwamen. Hooger op, tegen de bergen, ontwaarde men Cori, een der oudste steden van het land, stichting der Pelasgen, Cisterna, Giulianello, Rocca Massima: niet een dier dorpen of het bezit een herinnering aan mijn familie. Eindelijk, over Cori heen, meer rechts, waar het land schijnt weg te vloeien in de altijd lichtende zee, ziet men dien Capo Felice, door Homeros als Capo Circeo genoemd in de Odyssea, waar de goddelijke zwerver de verleidster Circe vond.

Men kan zich geen schooner land denken, geen land rijker aan legenden, geen land waar het oog, zwervende over dalen en berghoogten, meer rustpunten vindt van oude dorpen, legendarische steden, weelderige kaaplanden dan d&&r. Steeds droomt er het gemoed van de eeuwen die vervlogen, van de menschen die gestorven zijn. Kunt ge u denken, dat juist deze poëzie mij op den duur het verblijf op de villa onmogelijk maakte? Zij

Sluiten