Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onwillekeurig stak Hugo de hand uit.

„U wil de toekomst kennen?" vroeg de baron.

„Het verleden, de toekomst, antwoordde Hugo, is de een niet de vrucht van het ander?"

„Dat zegt u terecht. Wanneer de chiromantie het verleden doet kennen, doet zij het ook de toekomst, zooals men, ten naastenbij, weet wat de kinderen kunnen worden, als men de ouders kent."

De heer Von Tigernskiöld ging zijn laboratorium binnen, en kwam met een vergrootglas terug. „Ik moet uw twee handen zien," zei hij, nadat hij tegenover Hugo op een fauteuil had plaats genomen. „De gegevens van de eene worden gewijzigd of versterkt door die van de andere."

Hugo stak hem beide handen toe, baron Von Tigernskiöld bekeek ze van buiten, voelde de geledingen der vingers, bestudeerde langen tijd de handpalmen, en zei toen: „U is hier te Parijs niet vrijwillig gekomen, u is uw land ontvlucht. Ik zie dat u gevlucht is om politieke redenen, wat trouwens bevestigd wordt door het feit, dat de regeering hier u niet heeft uitgeleverd."

Wanneer Hugo plotseling de afstanden had zien verdwijnen en het uitzicht gekregen had op zijn geboorteplaats, daarginds in Brabant, had niet zijn gezicht een blijder en grooter verrassing kunnen zeggen. Niemand, behalve Terhaer, wist iets van zijn vlucht, hij had er met niemand over gesproken. „U is een toovenaar, zei hij glimlachend, maar nu met een uitdrukking

Sluiten