is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan ...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was ze jaloersch om Lot, op Lot was ze jaloersch om Steyn, omdat Steyn eigenlijk nu meer hield van Lot dan van haar! Wat waren de jaren wreed, dat zij haar langzamerhand alles ontnamen Voorbij gegaan waren de jaren, de

lieve lachende liefdejaren, vol liefkoozing; voorbij gegaan was het alles! Zelfs de hond was nu meê met Steyn: geen levend wezen was lief tegen haar, en waarom moest Lot nu ook zoo op eens gaan trouwen! Zóo verlaten voelde zij zich, dat na de geperste snikken, gestaakt zoodra ze niet noodig waren, zij in een stoel viel en zachtjes weende, wérkelijk weende van liefde-leêge verlatenheid. Hare nog mooie kind-oogen, overgoten, zégen in het weg-ge verleden. Toen — zij, mooi Lietje — was él het aardige om haar geweest, het lieve, het liefkoozende, het spelende, het schertsende, het bijna aanbiddende en afsmeekende, omdat zij zoo mooi was, en vroolijk, en aardig, en een lach had gehad, die aanbiddelijk was, en een humeurtje van allerliefste grilletjes. Door él dat liep wel altijd de stekel van haar jaloezie, maar destijds was het zóo veel toè _ naar haar gekomen, è,l de liefkoozende hulde, die de wereld, de wereld der mannen spilt aan een mooie vrouw Door hare tranen