Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja, maar waar is hij naar toe....

— Gaan wandelen.... Dat doet hij wel meer Het is benauwd, het is heel zwoel

— Gaan wandelen, Lot, gaan wandelen? Neen, hij is gaan

Zij stond — hij zag het in het kaarslicht — vlammende van drift voor hem. Hare kleine gestalte in witte nachtjapon verfuriede zich met de kroezende haren, die blond, grijs, oplichteden; al het lievige in haar verdriftigde tot een razernij, als was zij geprikkeld tot het uiterste, en zij gevoelde een aandrang, plotseling de hand op te heffen en Lot om zijn ooren een slag te geven met de kleine, trillende hand, een slag, omdat hij Steyn verdedigde .... Zij hield zich in en zij hield heel haar woede in, maar vuile woorden van invective en brandend verwijt schuimden haar naar de bevende lippen.

— Kom moesje .... moesje .... toè!

Lot poogde haar te kalmeeren....

En hij nam haar in zijn armen en hij liefkoosde haar in den rug, zoo als men een opgewonden kind doet.

— Moesje, kom moesje....

Nu barstte zij in snikken uit.... Maar hij sprak, zachtjes, tegen, dat zij overdreef, dat

Sluiten