Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— We zijn allen eenzaam, zei mevrouw Dercksz, en de gebarsten stem klonk droef, als of ze betreurde een verleden vol schimmen, die waren verzwijmd.

— We zijn het niet allen, Ottilie, zei Takma.

Wij, wij hebben elkaar Wij hebben elkaar

altijd gehad .... Ons kind heeft, als Lot trouwt, niemand, zelfs haar eigen man niet.

— Chtt! zei de oude mevrouw; in den schemer had de rechte, magere figuur een trilling van schrik.

— Er is niemand: we kunnen rustig spreken ....

— Neen, er is niemand

— Dacht je, dat er iemand was?

— Neen, nu niet.... Soms....

— Soms?

— Soms.... je weet wel.... dan denk ik het.

— Er is niemand.

— Neen, er is niemand.

— Waarom ben je bang?

— Bang? Ben ik bang? Wat zal ik bang

zijn? Ik ben te oud veel te oud om meer

bang te zijn Zelfs al staat hij daar.

— Ottillie!

— Chtt!

Sluiten