is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan ...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen tijd, dan berekende Anna of zij al dadelijk

boven kon laten jDe gezelschapsjuffrouw.

des middags, was niet binnen, ten zij mevrouw haar liet roepen, als er wel eens, met slecht weêr, niemand kwam.

Anton Dercksz kwam binnen, aarzelend om Takma, weifelend of hij stoorde. Hare kinderen, hoe ook op jaren, bleven als kinderen steeds tot die oude vrouw, die, strenge, driftige moeder eenmaal, zij steeds waren blijven zien in de autoriteit van haar moederschap. En zoo zag Anton vooral haar nog immer, altijd gezeten in dien stoel, die was als een rechte troon — vreemd van dat allerlaatste en breekbaar leven, dat hing aan brozen, onzichtbaren draad, die, geknakt, den laatsten levensstreng zou hebben verbroken. Aan het raam, nu — om wat late zon van buiten — in een wijnrooden schemer der gordijnen en tochtlap zat de moeder daar, als zou zij niet meer bewegen, tot het oogenblik was gekomen, waarop duistere poorten zouden open gaan Want de „kinderen" zagen haar niet bewegen, niet meer dan het enkele, hoekige gebaar, geschetst soms door vroegere, beweeglijke, nu jichtige, staafslanke vingeren.... Anton Dercksz wist — als dien dag de poort niet was opengeweken,