Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bengelde slap een horlogeketting, met groote

* breloques. Jn groote laarzen, wier kappen opbolderden onder de broek, stonden stevig de voeten op het tapijt. Dit uiterlijk openbaarde alleen een ruw verzinnelijkden ouderen man; het toonde hem noch in zijn intellect, noch — vooral niet — in zijn verbeeldingsgave. De groote fantast,

\ die hij was, bleef geheim voor wie hem niet . anders dan zóo zag.

De zoo vele jaren oudere Takma, met zijn bonhomie en soms schelle luidruchtigheid, die een vogelgeluid gaf aan de oude stem, en de

* valsche tanden factice deed schitteren, in zijn kort tuitend veston-jasje, kreeg naast Anton Dercksz iets fijns, iets jeugdigers, bewegelijkers, zacht van een goedige, welwillende begrijpelijkheid — als of hij, zóo oude man, héél het leven van hem, jongere, begreep. Maar dit had Anton Dercksz juist altijd korzelig om Takma gemaakt, omdat hij, Anton, het wel doorzag. Het verborg iets —: Takma verborg, hoewel hij anders dan hij, Anton Dercksz, verborg. Hij verborg: als hij opschrikte met dien tic van zijn kop, was hij bang, dat men had doorzien....

1 Nu, nieuwsgierig was Anton niet Maar die

héél oude man, de vroegere amant van zijn moei der, van haar, die hem nog met een ontzag ver-

Sluiten