is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan ...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vulde, als hij haar recht, afwachtend, zag zitten op haar stoel bij het raam — die oude man hinderde hem, ergerde hem, was hem antipathiek geweest, altijd. Hij had het nooit laten merken en Takma had het nooit doorzien.

Zonder veel woorden zaten, in den smallen salon, de drie oude menschen; kalm was de oude vrouw nu, zich meester geworden, omdat haar zoon, haar „kind" daar zat, voor wiens galdoorschoten grauwen blik uit even puilende oogen zij zich altijd had kalm gehouden; recht zat zij, als troonde zij, als ware zij een vorstin naar leeftijd en naar gezag, waardig en zonder blaam, maar zóo breekbaar en bros, als zou de adem van den Dood straks haar ziel verwaaien. Zij had in haar enkele woorden een klank van waardeering, dat haar zoon haar was komen zien, kinderlijk plichtmatig vragende, eens in de week, naar hare gezondheid. Hierover was zij tevreden en het was haar niet moeilijk kalm te zijn, plotseling vreedzaam gestemd door die streeling, ook al had zij zoo even, als in suggestie van buiten-af, moéten spreken over vroegere dingen, die zij voor haar blik had zien voorbij gaan. En toen weêr een bel klonk, zeide zij:

— Daar zullen de kinderen zijn

Zij zwegen alle drie, luisterend; oude Takma