is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan ...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamer zijn zuster, Ottilie Steyn de Weert en de oude dokter, Roelofz. »

— De kinderen zijn boven, zei hij.

— Ja, dat weet ik, zei mama Ottilie. Daarom wacht ik even; het is anders te druk voor mama

— Zoo-zoo-zoo, murmelde de oude dokter. Hij zat, difforme massa van waterzuchtige zwaarlijvigheid, gezakt over een stoel; zijn eene stijve been hield hij strak vooruit, en de golving van zijn buik hing daar schuin over heen; zijn geheel geschoren, maar van rimpels verknoeid gezicht was als dat van een heel oude monnik; zijn dun grijs haar scheen, weggevreten door mot, nog in rafels aan zijn schedel te hangen, die als een globe was, met aan den slaap éen ader, zwaar en-relief rivierende; hij lispte en murmelde uitroep na uitroep; achter gouden bril zwommen zijn wateroogen. — Zoo-zoo-zoo, Ottilie, gaat jou Lot eindelijk trouwen

' Hij was acht-en-tachtig, de dokter; de laatste tijdgenoot van grootmama en meneer Takma; hij had, in Indië, Ottilie Steyn zien geboren worden, hij toen een jong dokter, niet lang uit Holland ; en hij noemde haar bij den naam of „kind".

— „Eindelijk" ? riep, ge-ergerd, mama Ottilie. Mij is het vroeg genoeg!