Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja-ja, jawel, ja-ja, kind; je zal hem missen, je zal je jongen wel missen Toch een

aardig paar, hij en Elly, zoo-zoo, ja wel, ja-ja

Voor de kunst, samen, ja, zoo Die goeie

Anna, ze stookt nog niet! Deze kamer is warm,

wel ja, maar boven is het heel kil Takma,

die gloeit altijd van binnen, ja, niet waar? Zoozoo — Mama houdt ook van een frissche kamer,

nu ja, zoo, frisch: ik zeg, koud Hiér vind

ik het warmer, wel ja, zoo; hier is het warmer Mama was gisteren niet goed, kind

— Kom, dokter, zei Anton Dercksz. U brengt mama nog tot de honderd!

En hij knoopte zijn jas toe, ging, tevreden, dat hij zijn kinderlijken plicht volbracht had voor die week.

— Nou, nou, nou! riep de dokter, maar Anton was al gegaan. Tot de honderd! Tot de honderd! Ach neen, wel neen, ja zoo; neen, ik kan niets, ik kan niets.... Ik ben zelf oud, ja, ik ben oud .... Acht-en-tachentig jaren .... Acht-entè,chentig, Lietje.... Ja-ja, dat telt meê, zoozoo Neen, ik kan niets meer, wat zeg

je? En het is maar goed, dat mama dokter

Thielens heeft: die is jong, ja-ja, die is jong

Daar komen de kinderen beneden! Zoo-zoo begroette de dokter. Gefeliciteerd, wei-wel,

Sluiten