Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich bewust werd, dat het mogelijk was, dat

hij zóo oud kon worden: zeven-en-negentig

O God, o God, neen, neen.... Jong sterven, opdat het, nog jong, gedaan voor hem zoü zijn! Hij was niet pessimist, hij hield van het leven, het was mooi, het straalde: er waren zoo vele mooie dingen, in kunst, in Italië, in zijn eigen intellect; in zijn ziel nu zelfs die emotie, om Elly.... Maar hij hield van het frfssche, jonge leven, en hij wilde niet de verdorring en de verwelking O, de frischheid,

de frischheid altijd, de jeugd altijd! Jong te sterven, jong te sterven! Hij smeekte er om, Dat, wat hij aannam als God: dat Licht, dat Geheim — maar dat misschien niet zoü luisteren van uit ondoorgrondelijke diepte van Macht — naar bede van hèm: zóo klein, zóo egoïst, zoo weinig mannelijk, zoo weinig moedig, zoo ijdel, zoo ongelooflijk ijdel! O, kende hij zichzelven niet? Verborg hij zich voor zichzelven? Zag hij zich niet hélder in?

Hij liep door zijn kamer en had niet gehoord, dat de deur was opengegaan.

— En de vijftig pond zijn verzonden!

Hij schrikte. Yoor hem stond zijn moeder, als een kleine furie: hare blauwe kind-oogen vlammelden als van een kleinen demon en

Sluiten