Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Takma het altijd over zijn buik had, en hij dat niet goed kon velen.

— Harold is boven, zei Ottilie Steyn.

— Kom kind, zei Takma, moeilijkjes rijzend. Laten we nu maar naar boven gaan, dan jagen we Harold weg

Zij gingen naar boven. Maar weêr klonk aan de voordeur een bel.

— Het is soms zóo druk, zei oude Anna tegen den dokter. Maar mevrouw wordt niet verlaten op haar ouden dag. We zullen gauw moeten gaan stoken in de voorkamer, want daar wacht zoo dikwijls iemand

— Ja-ja-ja, zei de dokter, wrijvende zijn korte, dikke vleeschhanden kleumerigjes. Het is kil, het is killetjes, Anna. Je mag wèl stoken....

— Meneer Takma vindt stoken de pest....

— Ja, maar die gloeit ook altijd van binnen, zei dokter Roelofsz venijnig. Zoo-zoo-zoo, dat zijn de kinderen

— Kunnen wij naar boven gaan? vroeg Elly, die binnenkwam met Lot.

— Ja.... gaat u maar! zei Anna. Daar komt meneer Harold al naar beneden, en boven zijn alleen mama en meneer Takma.

— Grootmama geeft audientie, maakte Lot gekheid.

Sluiten