Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen; een breede boa van grijze struisveêr doezelde om haar heen, en in die kleurlooze tinten — wit, zwart en grijs — bleef zij, niettegenstaande hare bijna te groote schoonheid, tegelijk bevallige als fatsoenlijke vrouw en artiste.

— Elly, dat is nu mijn zuster! zei Lot fier. f

En wat zeg je van haar?

— Elly, zei Ottilie; ik heb je gezien in Den

Haag.

— Ik herinner me niet, Ottilie.

Neen, je was een kindje van acht, negen

jaar misschien, en je hadt een groote speelkamer bij grootpapa Takma en een prachtig pop-

pehuis....

— O ja....

— Sedert ben ik niet meer in Den Haag geweest.

Je bent gegaan aan het Conservatoire te

Luik....

J 3; • • • •

— Wanneer heb je het laatst gezongen?

vroeg Lot.

— Onlangs te Parijs

— Wij hooren niets over je Je zingt

nooit in Holland.

— Neen, ik kom nooit in Holland.

— Waarom niet, Ottilie? vroeg Elly.

Sluiten