Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gulzigheid, in de druiven zwolgen zij. Aldo plukte de mooiste voor Elly. In de kalme rust van zijn elegante forschheid, de veertig voorbij, was hij duidelijk een man van liefde, een zuidelijke man van liefde, rustig, en toch, glimlachend, een hartstochtnatuur. In de nonchalance van zijn grijs flanellen pak teekende zich, nu hij zich lenig hief en de hand reikte naar de hoogste trossen, spierig en soupel, de harmonie van een statuesk mooi mannelijf, en was zelfs deze tegenstrijdigheid in hem, dat men dacht aan een antiek beeld in een modern kostuum. Ook de glimlachende rust van zijn regelmatig breed gesneden gezicht, deed Lot denken aan beelden in Italië gezien; aan den Hermes van het Yaticaan — neen, zoo intelligent was Aldo niet — .... aan den Antinous van het Kapitool, maar dan een mannelijker

broeder aan de Worstelaars van den Brac-

cio Nuovo, maar niet zoo jong,en forscher

gebouwd Aldo's glimlach antwoordde aan

den glimlach van Ottilie en er was de rust in van een gevonden geluk. Van een intens oogenblik van volmaakt menschelijke zaligheid Dat oogenblik was er, al ging het

voorbij Dit gevonden geluk was als de geperste druiventros .... Lot voelde, dat hij zijn lief

Sluiten