is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Janne door de heeren begroet werd. Vroolijk maande hij, te gaan zitten en de bekers te ledigen en de vormelijkheid ontglippend, schreeuwde hij er aan toe, dat dit hem gezellig zou aandoen, daar hij zelf zoo'n dorst had.

En terwijl Warhold den geledigden beker teruggaf, naderde Janne, uit de blonde haarhangsels het speurend gelaat, waaruit haar blikken onbevangen volhardden, en zijn albe aanvattend, vroeg ze: „Een kunstig ge weef: zijt ge een priester in dit lange gewaad?"

Hij schudde van neen, verhalend, dat deze dracht in Utrecht dagelijksche zwang was en zich bedenkend, dat hij in een oneerbiedige traagheid vertoefde, stond hij op.

Maar zij, bevangen van bewust-zijn, dat ze tegenover een heer stond, nam zich huiverig-lachend te zamen en liep heen.

Kostijn geleidde de gasten naar de vreemdenkamers en Warhold, wiens doen hij met een zoekenden glimlach gevolgd had, klopte hij op den schouder, roepende: „mijn zoon en bij alle Heiligen zou ik een gelukkig vader zijn, ga mee. Ik zal u mijn heerlijkheid toonen!"

Zij hervatten de bestijging der wenteltrap, welker gesteente, met ijzeren binten doorspierd, als een draak zich boven hun hoofden kromde, en de tinnen betreden, liepen ze langs de muurbrokkige transen en zagen naar omlaag, naar het voorplein en dan springend over balken, planken en ver-