is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Op den dag der vergadering was de zaal bevolkt van lijfeigenen in feestgewaad, terwijl de meier wakend heen en weer liep onder de vensters, tusschen wier grijze belichting zich schaduw-priëelen langs de wanden vormden en de voorwerpen begroeven onder een zwarte laag.

Het deurtapijt gulpte open en Kostijn in een lang gewaad trad binnen en halverwege over de albe struikelend stond hij stil en riep, 't hoofd tusschen de schouders postend: „mistroostig-gele dageraad van deze samenkomst, waar ik mijn waardigheid te koop ga bieden in dit narrenhafte lange kleed, waarin de gang vervaagt als in vrouwerokken en de tred versloft als in een misgewaad."

Hij hokte zich neer in den hoogzetel, waar zijn roestige haren onder het vensterlicht gloeiden en zijn zware lippen geulden in het gelaat, dat hier en daar verbleekte tot gelige vlekken.

Verstoord den meier aanziende, riep hij hem toe: „Moet ik met mijn gramschap vergaderen en nog langer wachten op de overgeblevene uit den