is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bouwval mijner nakomelingschap. Ga haar halen!"

De meier ging; en zilverblinkig verscheen Janne in haar wit gewaad, waarop zilveren dierenbeelden , zwierven. Aan haar handen muntten zilveren armbanden en over haar borst bochtten zilveren kettingen, terwijl van uit den zilver gestikten zoom van haar kleed wit samyten laarsjes uitpuntten.

Luchtig haar kleed verheffend, zette zij zich neer bij den haard en met handescheutjes de bliaut oppuffend overzag zij den toestand der zaal.

De heeren uit Utrecht kwamen binnen, Martinus zich naast Kostijn neerzettend en Warhold, die zich staande hield aan een der zetels, in een halve rondte voor de hooggestoelten geplaatst.

En afwachtend was een ieder bezig zijn eigen weg uit te staren, terwijl somwijlen de stilte met enkele woorden beroerd werd.

Maar buiten op het voorplein was een rumoer van lijfeigenen tusschen opeenstapelingen van huisraad, belegen in vuil, en van groote vaten, welke langs balken over den drabbigen grond voortgerold, aan den burg opgedragen werden onder een samenkoppeling van hoofden, die beefden bij den last. Rondom schuren en spijkers was een geloop van lijfeigenen, wier feestgewaad evenmatig kleurde, en onder het uitstooten van driftgebaren overschreeuwden ze elkaar, totdat van den wachttoren de seinhoorn koerde — toen verdrongen zich allen naar de ophaalbrug, waar aan de overzij heeren-te-paard hun naam onder ruige